DE SPEELPLAATS (P, K1, K2)

En dan,
als de bel gaat,
en de meester of de juf
de tijgers en de leeuwen,
de gazellen en de gemzen,
de varkens en de apen
allemaal weer loslaat
en alles trilt.
Dan wordt de speelplaats
een zootje.
Vol loslopend wild.

— Geert De Kockere —

 P, K1A en K1B

K2A  

K2B